Verbonden Léven

Bijbel 1

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Zondag (24/09/2023) – 25ste zondag door het jaar
Mt.20,1-16a

1      Want het koninkrijk der hemelen is als een landheer
       die vroeg in de morgen naar buiten ging
       om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.
     Hij kwam met hen overeen voor een dagloon
       en zond ze dan naar zijn wijngaard.
     Toen hij rond het derde uur weer naar buiten ging,
       zag hij anderen, die werkloos waren, op de markt staan.
     Hij zei tegen hen: “Gaan ook jullie naar mijn wijngaard.
       Ik zal jullie geven wat billijk is.”
     En ze gingen er heen.
       Rond het zesde uur ging hij nog eens naar buiten
       en weer op het negende
       en telkens deed hij hetzelfde.
     Rond het elfde uur ging hij opnieuw naar buiten
       en trof weer anderen daar werkloos staan.
       Hij zei tegen hen: “Wat staan jullie hier de hele dag werkloos?”
     “Niemand heeft ons gehuurd,” antwoordden ze.
       Daarom zei hij opnieuw: “Gaan ook jullie naar mijn wijngaard.
       Je zult ontvangen wat billijk is.”
8      Toen het avond was geworden,
       zei de heer van de wijngaard tegen zijn beheerder:
       “Roep de arbeiders en betaal hun het loon,
       te beginnen bij de laatsten, en zo tot de eersten.”
     Degenen van het elfde uur kwamen dus
       en ontvingen elk het dagloon.
10    Toen nu degenen van het eerste uur kwamen,
       meenden zij dat ze meer zouden krijgen.
       Maar ook zij ontvingen elk het dagloon.
11    Ze namen het wel aan,
       maar gingen morren tegen de landheer:
12    “Deze laatsten hebben maar één uur gewerkt
       en je stelt hen gelijk aan ons
       die de lange duur en de brandende hitte van de dag getorst hebben.”
13    Hij antwoordde echter: “Vriend, ik doe je toch geen onrecht?
       Ben je niet met mij overeengekomen voor een dagloon?
14    Aanvaard wat van jou is en ga.
       Ik wil echter aan de laatsten geven zoals aan jou.
15    Mag ik met het mijne niet doen wat ik wil?
       Of ben je kwaad omdat ik goed ben?”
16    Zo zullen de laatste de eersten zijn
       en de eersten de laatsten.

Wat een pracht van een werkgever wordt hier neergezet. De godganse dag blijft hij geduldig op zoek gaan naar mensen die voor zijn wijngaard iets zouden kunnen betekenen. Hij ziet mensen die door niemand anders worden opgemerkt. Hij nodigt hen uit, of het nu ochtend, middag of avond is. Blijkbaar ziet hij iets in elk van hen. “Kom voor mij werken, ik geef je wat billijk is.” Zo gaat hij door tot het elfde uur.
Rond dit verhaal zou je een heel discours kunnen opzetten over wat wij mensen recht en onrecht noemen. De uiteindelijke slotbevinding zal de houding van onze landheer niet onderschrijven, vermoed ik. Wat hij doet, is in onze ogen niet rechtvaardig. Hier wordt geen loon naar werk gegeven en dat stoot tegen de borst.
De vraag is waarover recht en onrecht ten diepste gaan. Is recht een pure economische zaak en komt het erop aan dat eenieder loon naar werk krijgt? Of heeft recht te maken met zien en gezien worden vanuit een onvoorwaardelijke liefde?
Maar ja met die onvoorwaardelijke goedheid hebben wij mensen het lastig, het maakt ons zelfs kwaad.

Zaterdag (23/09/2023)
Lc. 8,4-15

     Mensen uit allerlei steden kwamen op hem af,
       zodat zich een grote menigte verzamelde.
       Hij vertelde hen een gelijkenis:
5      Een zaaier ging uit om te zaaien.
       Bij het zaaien viel een deel op de weg.
       Het werd vertrapt en de vogels aten het op.
     Een ander deel viel op rotsige grond.
       Toen het begon te groeien verdorde het
       omdat het onvoldoende water had.
7     Weer een ander deel viel tussen de dorens.
       Die groeiden mee op en verstikten het opkomende graan.
     Maar een deel viel in goede aarde
       en toen het volgroeid was
       bracht het buitengewoon veel vrucht voort.
       Hierna riep Jezus uit:
       “Wie oren heeft om te horen, laat hij luisteren!”
     Zijn leerlingen vroegen hem nu:
       “Wat bedoelt deze gelijkenis?”
10    Hij antwoordde:
       “Jullie, die leerling willen zijn,
       is het gegeven de verborgenheden
       van het koninkrijk van God te leren kennen.
       Tot de anderen spreek ik in gelijkenissen
       omdat zij ziende niet zien en horende niet verstaan.
11    Dit bedoelt nu deze gelijkenis:
       Het zaad is het woord van God.
12    Die langs de weg
       zijn zij die het horen.
       Maar dan komt de tweedrachtzaaier
       en neemt het woord weg uit hun hart,
       zodat ze niet tot innerlijk vertrouwen zouden komen
       en behoed worden.
13    Die op rotsige grond
       zijn zij die, wanneer zij het horen,
       het woord met vreugde ontvangen,
       maar geen wortel hebben.
       Voor een tijdje staan ze in dat vertrouwen,
       maar in een tijd van beproeving, nemen zij er afstand van.
14    Die tussen de dorens vallen
       zijn zij die het horen,
       maar gaandeweg verstrikt raken
       in de zorgen of de rijkdom en genietingen van het leven
       en daardoor niet voldragen raken.
15    Die in goede aarde vallen
       zijn zij die het woord horen
       en het behouden in een goed hart
       en daardoor duurzaam vrucht dragen.”

We worden de godganse dag overstelpt met beelden en woorden. Overal waar je komt, is er wel iets te zien én te horen. Het is lastig om in dat lawaai nog goed te luisteren, laat staan gericht te luisteren naar écht leven-gevende woorden. Alle rondgestrooide beelden en woorden proberen immers – elk op zijn manier – te vertellen wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. Ze promoten van alles en nog wat ter bevordering van ons persoonlijk geluk(?). Maar is dit alles wel zo zaligmakend, laat staan vruchtbaar en leven-gevend?
De vraag is dus: Waarop richten wij ons oor? Waarop richten we onze volle aandacht?
Is het de tweedrachtzaaier die alle aandacht krijgt en in ons onrust zaait, of durven we – ook wanneer het lastig wordt – consequent blijven luisteren en leven naar G-ds woord?
Krijgen de beelden van rijkdom, bezit en genot het voor het zeggen of proberen we de goede grond in ons te cultiveren, zodat onze oren zich kunnen richten op wat duurzaam is en hopelijk mag dat in ons tot bloei komen en vrucht dragen.