Verbonden Léven

Bijbel 1

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Vrijdag (9/12/2022)
Mt.11,16-19

Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze zijn als kleine kinderen die op de markt zitten en hun vriendjes toeroepen: ‘Wij spelen voor jullie op de fluit, maar je danst niet. Wij zingen voor jullie een klaaglied, maar je weent niet!’
Want Johannes kwam, hij at noch dronk en ze zeggen: ‘Hij is van een demon bezeten.’ En de mensenzoon kwam, hij at en dronk wél en ze zeggen: ‘Kijk eens naar die vreter en zuiper, die vriend van tollenaars en zondaars!’
Wijsheid wordt als waar erkend door allen die haar kinderen zijn.

Jezus is een goede observator. Hij kijkt met heldere blik om zich heen en in heel gewone dingen van elke dag ziet hij beelden en parallellen die hem iets vertellen over wat erin de wereld gaande is. – Dat is overigens een heel nuttige eigenschap die geleerd kan worden door wie veel met Jezus omgaat, ook vandaag. Dat is trouwens ook wat Jezus bedoelt met ‘het lezen van de tekenen van de tijd’.
Neem nu die nukkige kinderen. Wat willen ze nu eigenlijk? Jezus duwt het de mensen onder de neus dat ze net zijn zoals zij. Eerst lopen ze met Johannes mee, want hij is profetisch. Dan verwerpen ze hem, want hij is te hard. Vervolgens lopen ze met Jezus mee, want hij is zacht. Maar dan … Het vervolg staat niet verwoord maar laat zich hier al raden. Nukkigheid leidt tot liquidatie van zo ongeveer alles wat niet in míjn kraam past.
We zouden deze passage makkelijk van de hand kunnen doen omdat er letterlijk staat dat Jezus het heeft over ‘de mensen van deze generatie’, zijn tijdgenoten dus. Maar is ónze generatie anders? Ben ík anders?

Donderdag (8/12/2022) – hoogfeest Maria onbevlekt ontvangen
Lc.1,26-38

In de zesde maand [van de zwangerschap van Elisabeth, de toekomstige moeder van Johannes de doper], werd de boodschapper [engel] Gabriël vanwege God uitgezonden naar een stad in Galilea, Nazaret genaamd, naar een jonge vrouw die verloofd [in ondertrouw] was met een man die Jozef heette, uit het huis van [die afstamde van koning] David. De naam van die jonge vrouw was Maria.
De engel kwam bij haar binnen en zei: “Vrede zij met jou, begenadigde. De Heer weze met jou! Gezegend ben jij onder de vrouwen.” Zij echter was erg in de war van deze woorden en vroeg zich af wat deze begroeting moest betekenen. De boodschapper zei tegen haar: “Wees niet bang, Maria, jij hebt genade gevonden bij God. Kijk! Je zult zwanger worden en een zoon baren en je zult hem de naam ‘Jezus’ [God redt] geven. Hij zal groot zijn en zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God de Heer zal aan hem geven de troon van zijn vader David. Hij zal koning zijn over het huis van Jakob [Israël] tot in eeuwigheid en aan zijn koningschap zal geen grens zijn.”
Nu zei Maria tegen de boodschapper: “Hoe zal dat gebeuren, aangezien ik geen omgang met een man heb?” De boodschapper antwoordde haar: “Heilige geest zal over jou komen, de geestkracht van de Allerhoogste zal je omhullen. Daarom ook zal wie uit jou geboren wordt heilig genoemd worden, zoon van God. Kijk! Elisabet, je bloedverwante, ook zij heeft in haar ouderdom een zoon ontvangen. Ze is in haar zesde maand, hoewel ze onvruchtbaar werd genoemd. Want bij God is geen woord krachteloos.”
Nu zei Maria: “Ziehier de dienares van de Heer. Moge met mij gebeuren naar jouw woord.” En de boodschapper ging van haar weg.

Er zijn in de loop van een jaar nu eenmaal meer Maria-feesten dan er passages over Maria in het Evangelie staan. We komen daarom telkens uit bij een beperkt aantal teksten die ons haar door en door Bijbelse levenshouding leren kennen – om na te volgen.
Vandaag gaat het om de puurheid van haar ‘fiat’ – de Latijnse vertaling voor: het moge gebeuren. Dichter aansluitend bij de Bijbelse taal én bij de uitspraak van de engel, zou je het ook mogen vertalen als: in mij moge geschapen worden! De engel heeft het immers over Gods Woord dat nooit krachteloos is, waarmee hij(?) uiteraard verwijst naar het Scheppingswoord.
Maria laat zich meenemen in dat scheppingsgebeuren, waardoor in haar de nieuwe schepping een aanvang kan nemen! Om ‘oermaterie’ voor Gods schepping te worden moet zij – en ook wij dus – wel eerst ‘niets’ worden, t.t.z. niet op de voorgrond treden, niet denken dat wij al ‘af’ zijn, maar juist ontvankelijk en meegaand, ‘als klei in de handen van de pottenbakker’. Zó zal aan ons gebeuren – ook vandaag – Góds nieuwe schepping!

Woensdag (7/12/2022)
Mt.11,28-30

Kom naar mij, allen die vermoeid bent en onder lasten gebukt, en ik zal je rust geven.
Neem mijn juk op: laat mij je leermeester zijn – zachtaardig en deemoedig van hart, en je zult rust vinden in jezelf. Want mijn juk is teder en mijn last is licht.

Hier in ons Onderweghuis openen wij elke dag met het gebed:
Goeiemorgen zeg Jij mij
en wacht op mij,
totdat ik open ga voor Jou …
Goeiemorgen zeg ik Jou
en lang naar Jou,
totdat ik leven kan in Jou …
Het is elke dag de uitnodiging die Jezus ons vandaag ook in het Evangelie stelt: Kom naar Mij toe, leef vandaag ín Mij, laat daar – in Mij – al je bezigheden en besognes uit vertrekken en naar terugkeren. Dát zal je rust geven.
Je kunt denken dat Mijn opdracht aan jou te zwaar is, dat je te weinig krachten hebt of te weinig tijd. Maar mijn opdracht is niet te hoog, niet te breed, niet te zwaar; je kunt ze volbrengen. Mijn opdracht is immers enkel: heb elkaar lief, wees zachtaardig en deemoedig, wees teder. Daar krijg je opnieuw alle tijd voor, een hele dag lang! 
En als je aan het eind van de dag toch vermoeid zou zijn geraakt – omdat je dacht het op eigen krachten te moeten doen, kom dan opnieuw naar Mij en leg al je zorgen op Mij, en Ik zal je rust geven.

Dinsdag (6/12/2022)
Mt.18,(10-)12-14

Let op dat je niet één van deze kleinen minacht. Want ik zeg jullie: Hun engelen in de hemelen aanschouwen voortdurend het Gelaat van mijn Vader in de hemelen. Want de mensenzoon is gekomen om het verlorene te bevrijden.
Wat dunkt jullie? Als iemand honderd schapen heeft en één ervan is afgedwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en op zoek gaan naar het afgedwaalde? En als hij het vindt – amen, ik zeg jullie – dan verblijdt hij zich over dan ene meer dan over de negenennegentig die niet afdwaalden.
Zo is het de bedoeling van jullie Vader in de hemelen, dat niet één van deze kleinen verloren gaat.

Terwijl de kudde alsmaar doorholt, kan er een schaap niet meer mee. Het dwaalt af. Het kleine, gekwetste, verlorene … naar dat ene schaap wordt omgezien. Het wordt niet aan z’n lot overgelaten. De herder laat de kudde achter om op zoek te gaan naar dat ene, die ene die zich verloren voelt, achtergelaten.
Al vertellend licht Jezus een tip van de sluier op die over G-ds identiteit hangt. Die Ene en Onnoembare gaat op zoek naar de gekwetste. Hij kijkt er naar om. En verblijdt zich. Geen uitgelatenheid, geen schaterlach, maar diepe intense vreugde om die ene.
Zo is de G-d van Jezus: onvoorwaardelijk, en verliefd op de mens. Hij staat niet boven de mens, maar is als een hand in de rug, bemoedigend en tegelijk op afstand als de geheel Andere.
Zo is onze G-d. Die gans Andere die geen mens in de steek laat, die elkeen ziet en naar elkeen om-ziet.

Maandag (5/12/2022)
Lc. 5,17-26

Eens was Jezus aan het onderrichten. Er waren farizeeën en wetsleraren gekomen uit alle dorpen van Galilea en Judea en uit Jeruzalem. En de geestkracht tot heling was in hem. Kijk! Er waren enkele mannen die op een draagbaar iemand droegen die verlamd was. Ze probeerden hem binnen te dragen en onder zijn aandacht te brengen. Maar door de menigte vonden ze geen doorgang om hem binnen te dragen. Daarom gingen zij het dak op en lieten hem op de draagbaar neer, door de daktegels heen, vlak voor Jezus.
Bij het zien van hun vertrouwen, zegt hij tegen hem: “Je zonden zijn je vergeven.”
De schriftgeleerden en farizeeën begonnen onderling te discussiëren: “Wie is hij wel, dat hij zo godslasterlijk spreekt? Wie kan zonden vergeven behalve God alleen?”
Maar Jezus onderkende hun redeneringen en vroeg hun: “Wat redeneer je daar in je hart? Wat is makkelijker te zeggen: ‘je zonden zijn je vergeven’ of ‘sta op en loop’? Welnu, zodat jullie zouden weten dat de mensenzoon volmacht heeft op aarde zonden te vergeven, ik zeg je – zei hij nu tegen de verlamde: Sta op, neem je draagbaar en ga naar huis.” En onmiddellijk stond hij voor aller ogen op, hij nam op waar hij eerst op neerlag, vertrok naar huis en verheerlijkte God.
Ontzetting beving allen en zij verheerlijkten God. Zij werden vervuld van vrees: “Vandaag hebben wij onverwachtbare dingen [paradoxen] gezien!”

Het is een bont allegaartje daar in en rond het huis – farizeeën, wetsleraren, mannen en vrouwen, zieken en gezonden, dragers en hij die gedragen wordt, jij en ik (?). Met z’n allen verzamelen ze zich rond Jezus.
Er staat iets te gebeuren! De vastberadenheid van enkele mannen zorgt voor een leven-veranderende scène. Ze mengen zich in de menigte. Een zee van mensen houdt hen niet tegen. Ze laten zich geen halt toeroepen, door niets of niemand, en vol vertrouwen gaan ze tot het uiterste. De liefde voor en betrokkenheid op hun vriend maakt hen creatief.
En Jezus ziet. Hij ziet hun vertrouwen dat zich uit in daden die spreken van volhardende liefde. Dat raakt Jezus.
Wat gebeurt hier? Dragen en je laten dragen. Dat is wat wij, voor elkaar kúnnen doen: vol vertrouwen elkaar dragen en je laten dragen … ook in geloof! Dan zijn er onverwachtse, ongeziene, paradoxale levengevende dingen te zien.