Verbonden Léven

Bijbel 1

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Dinsdag (28/09/2021)
Lc.9,51-56

Nu gebeurde het, toen de dagen van zijn erkenning vervuld zouden worden, dat Jezus vastberaden zijn weg ging naar Jeruzalem.

Hij zond boden voor zich uit. Die kwamen in een Samaritaans dorp om zijn komst voor te bereiden. Maar zij wilden hem niet ontvangen omdat zijn weg ging naar Jeruzalem.
De leerlingen Jakobus en Johannes reageerden hierop: “Heer, wil je dat wij vuur van de hemel afroepen om op hen neer te komen en hen te verteren, zoals ook [de profeet] Elia gedaan heeft?” [2Kon.1,9-15]
Maar Jezus keerde zich af en wees hen op strenge toon terecht: “Jullie beseffen niet welke geest in jullie leeft! De mensenzoon is niet gekomen om mensen verloren te doen gaan, maar om ze te behoeden.”En zij trokken naar een ander dorp.

In het Lucasevangelie is dit vers 9,51 het centrale scharnier. Tot nu toe heeft Jezus zijn boodschap vooral verkondigd in Galilea, het noordelijke deel van Palestina. Nu wordt het zwaartepunt verlegd naar Jeruzalem, het centrum, niet zozeer geografisch maar wel qua macht en religieuze intensiteit.
Daar was inderdaad enige vastberadenheid voor nodig. Als zijn boodschap al botste in het landelijke Galilea, waar niet zoveel intellectuelen en machthebbers waren, dan was het niet moeilijk te ‘voorspellen’ dat dat in Jeruzalem alleen maar sterker zou worden. Jezus was nooit tegen ‘gezag’ ingegaan, maar zijn vrijheid van spreken ontmaskerde wel gezag dat eigenlijk geen gezag was, maar machtsmisbruik op basis van een eigen-geïnterpreteerde wet. Het kon er dus wel eens heet aan toe gaan als hij naar Jeruzalem trok.
Had hij dan niet beter onderweg ook zijn macht laten zien? Ook hierin is hij vastberaden: dat is niet waarvoor hij gekomen is! De geest die in hem leefde – en die hij doorgaf aan zijn leerlingen – is er geen van machtsmisbruik, maar een die mensen doet léven. En als ze dat zelf nog niet willen of kunnen zien, dan straft hij hen daarvoor niet af, maar gunt hen de tijd – tijd die hem zijn eigen leven zal kosten …

Maandag (27/09/2021)
Lc.9,46-50

Bij hen ontstond de woordenwisseling over wie van hen de grootste zou zijn.
Jezus zag de woordenwisseling van hun hart. Hij nam een kindje bij de hand en zette het naast zich. Hij zei tegen hen: “Wie omwille van mij open staat voor zelfs maar dit kindje, staat open voor mij. En wie open staat voor mij, staat open voor wie mij gezonden heeft. Want de kleinste onder jullie allen, die zal groot zijn.”
Johannes reageerde: “Meester, wij zagen iemand die demonen uitdreef in jouw naam. Wij hebben het hem verhinderd omdat hij geen volgeling is, zoals wij.”
Jezus antwoordde hem echter: “Verhinder het hem niet! Want wie niet tegen ons is, is voor ons.”

Zo leer-ling; zo menselijk; … Laten we niet te vlug denken dat we al op de hoogte van onze Leermeester gekomen zijn!
Terwijl wij discussiëren (soms ook letterlijk, meestal ‘in ons hart’) over hoe we groot (en de grootste) kunnen worden, heeft onze Leermeester het over een kindje.
Laten we dat niet te romantisch opvatten: kinderen werden in die tijd amper geacht. Ze waren hooguit ‘iets wat nog iets moet worden’. Met zijn gebaar wijst Jezus er net op dat wie écht leerling van hem wil zijn, moet openstaan voor wat níet geacht wordt!
Dat is menselijk en maatschappelijk gezien natuurlijk érg tegendraads; zeg maar: moeilijk te bevatten en nóg moeilijker te realiseren. Maar voor Jezus mag het klein beginnen. Elke ‘goede daad in zijn naam’ is een stap in de goede richting van G-ds droom. Maar daarvoor is dus een open en ontvankelijke houding nodig, anders zouden we ernaast kunnen kijken. (Zie ook het parallelle commentaar van gisteren.) Het is te zien in wie ons níet volgt en in een ongeacht kindje!

Zondag (26/09/2021) 26ste week door het jaar B
Mc.9,38-43.45.47-48

Johannes bracht nu in: “Meester, wij hebben iemand gezien die in jouw naam demonen uitdrijft maar die ons niet volgt. Daarom hebben wij geprobeerd het hem te verhinderen.
Maar Jezus zei: “Verhinder het hem niet!, want niemand zal in mijn naam een machtige daad doen en tegelijk kwaadspreken over mij. Want wie niet tegen ons is, is vóór ons!
Ja, wie jullie een beker water te drinken zal geven in naam dat jullie van Christus zijn, amen, ik zeg jullie: die zal zijn loon niet ontgaan. En wie één van deze kleinen die in mij geloven doet struikelen, het ware beter voor hem om met een molensteen om de nek in zee geworpen te worden.
Als je hand je doet struikelen [skandalizo], hak haar af! Want het is beter voor je verminkt het leven binnen te gaan, dan met twee handen naar de gehenna te gaan, naar het onblusbaar vuur.
En als je voet je doet struikelen, hak hem af! Want het is beter voor je mank het leven binnen te gaan, dan met twee voeten in de gehenna geworpen te worden.
En als je oog je doet struikelen, ruk het uit! Wat het is beter voor je eenogig het leven binnen te gaan, dan met twee ogen in de gehenna geworpen te worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet wordt gedoofd. [Jes.66,24]

Jezus blijkt meer open te zijn wat betreft zijn volgelingen, dan die volgelingen zelf! Goed om te onthouden én toe te passen. Vandaag zie je het immers helaas wel meer dan eens gebeuren dat mensen Christendom ‘reserveren’ voor ‘wie in de kerk zit’ of toch minstens voor wie zichzelf Christen noemt. Terwijl er ‘daarbuiten’ net ook vaak veel Go(e)ds te zien is!
Als wij dus willen zíen hoe ‘Gods koningschap’ plaats vindt – ook vandaag – dan zullen wij opener moeten kijken.
Maar we mogen ons niet mispakken. Uit bovenstaande zou men kunnen denken dat het er allemaal niet zo nauw toe doet wat en hoe je leeft, als je maar “niet tegen Jezus” bent. (Of zoals het vandaag vaak klinkt: Als je maar een beetje goed doet …)
Jezus laat er geen twijfel over bestaan dat écht volgeling zijn een radicale keuze inhoudt, en niet één keer aan het begin, maar je hele leven door in allerlei heel concrete situaties van het dagelijks leven. Volgeling word je als je ‘de grens van je eigen leven’ durft te overschrijden naar de a/Ander toe …

Zaterdag (25/09/2021)
Lc.9,43b-45

Allen stonden verwonderd over alles wat hij deed [na de genezing van een bezeten jongen], maar Jezus zei tot zijn leerlingen: “Knopen jullie dit goed in je oren: De mensenzoon moet overgeleverd worden in de handen van de mensen.”
Maar zij begrepen deze woorden niet – ze waren verborgen, zodat zij ze niet bevatten – en durfden er hem niet naar vragen.

Het is niet zo moeilijk om met Jezus hoog op te lopen als je je blind staart op zijn wonderen. Maar Jezus waarschuwt er hier – weer eens – voor dat dat maar de helft van zijn boodschap is. En die heb je niet zonder de andere helft: die van de last en het lijden die ‘moeten’ ten deel vallen aan wie consequent zijn weg gaan. Misschien hebben de mensen die afgehaakt zijn van het Christendom wegens ‘niet te doen’ wel meer gelijk dan wie dweept met een wonderdoener?!
Natuurlijk is dat een moeilijk te bevatten gegeven dat we ook niet zo graag onder de ogen zien. En als wij er niet durven naar vragen, als wij het niet als Christenen onder elkaar durven te sprake brengen wat dat zou kunnen betekenen, dan zullen we ófwel maar halve Christenen blijven, ófwel afdruipen dus.
Wie daarentegen ten volle leerling van Jezus wil zijn … weet wat hem/haar te wachten staat … Dat is alleen ‘te doen’ als wij als leerlingen elkaar daarin steunen en op weg helpen, en er dus ook met elkaar over spreken!