Verbonden Léven

Bijbel 1

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Maandag (14/06/2021)
Mt.5,38-42

(Tussen 7 en 24 juni hebben we een continue lezing van de Bergrede. Meer dan de moeite waard om wat extra aandacht aan te besteden. In deze rubriek vind je zoals gewoonlijk een duiding bij het stukje lezing dat voorzien is voor deze dag. Ter oriëntering schreven we er ook een inleiding bij over het geheel. Die vind je onder deze link.) 

“Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: Een oog voor een oog, een tand voor een tand. [Ex.21,24]
Ik echter zeg jullie: Bied geen weerstand tegen wie jou kwaad doet, maar als iemand jou op je rechterwang slaat, keer ook de andere naar hem toe. En als iemand je voor het gerecht wil dagen en je onderkleding afnemen, laat hem ook je bovenkleding. En als iemand je opeist één mijl met hem mee te gaan, ga er twee met hem mee.
Geef aan wie jou iets vraagt, en keer je niet af van wie iets wil lenen van jou.”

Jezus’ hele redevoering gaat uit van wat hij rondom zich tussen mensen ziet gebeuren. (’t Lijkt wel alsof hij in onze wereld binnen kijkt.) Hij ziet dat mensen er een soort weegschaal op na houden, zowel voor vrienden (voor wat hoort wat), als voor de vijand (oog om oog, tand om tand).
Daarop zegt hij: “Als je G-ds Rijk serieus neemt, dan zal je je gedrag niet mogen laten bepalen door het gedrag van de ander, dan is er maar één gewicht dat als maat kan gelden, nl: de grenzeloze goddelijke liefde”. Het samenleven wordt immers niet mogelijk gemaakt door te betalen met gelijke munt, door een evenwicht of een tegenwicht, maar alleen door een overwicht, een overwicht aan liefde. Voor Jezus is het helder: Alleen door Liefde wordt de vijand ontwapend. Wat houdt ons tegen om het te proberen?
Levend vanuit die grenzeloze goddelijke liefde (al was het maar een beetje), zullen we opgetild worden boven onze menselijke grenzen en misschien - soms even - in staat zijn tot daden die verder gaan dan diegene die we menselijk gezien mogelijk achten.

Zondag (13/06/2021) 11de zondag door het jaar B
Mc.4,26-34

Verder zei hij: “Zo is het koningschap van God:
Als iemand die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat op, nacht en dag, en het zaad ontkiemt en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe. Want uit de in zichzelf aanwezige kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de halm, dan de aar, dan het volle koren. En wanneer de vruchten rijp zijn, slaat hij er onmiddellijk de sikkel in omdat de oogst is aangebroken.”
Verder zei hij: “Waarmee zouden we het koningschap van God vergelijken? Welk beeld kunnen we ervoor gebruiken?
Het is als een mosterdzaadje: Wanneer het in de aarde wordt gezaaid, is het kleiner dan alle zaden op aarde, maar wanneer het is gezaaid, ontkiemt en groeit het en wordt groter dan alle tuingewassen en er komen grote takken aan zodat de vogels zich in hun schaduw kunnen nestelen.”

Het is alsof Jezus hier zegt: het Rijk Gods, hoe zal ik het ‘in Gods naam’ uitleggen? De mens kan zaaien en oogsten (ja er is actie en initiatief nodig), maar tussendoor moet hij geduldig wachten en vertrouwen. Dit is totaal iets anders dan onverschilligheid of berusten; het is vertrouwen op kiemkracht, op de kracht van het leven. En dat is voor ons, moderne mensen, misschien wel het moeilijkste: Wachten en durven vertrouwen. Toelaten dat je niet alles zelf in handen hoeft te nemen. Gaan slapen (rusten) en niet de godganse dag rondrennen om alles onder controle te houden. 
Maar als wij rondkijken zien we dat ‘zelfredzaamheid’ ontzettend belangrijk wordt geacht! (of niet?) Daarbij stellen we een gemis aan verbondenheid vast (zeker nu in coronatijden), … maar ja echte verbondenheid houdt in dat je elkaar vertrouwt, dat je een stuk van je leven in andermans handen legt en vertrouwt dat het goed komt.
Dat is wat de boer doet, vertrouwen, loslaten, uit handen geven, het zaad neerleggen in G-ds hand en geloven: Het komt goed!

 

Zaterdag (12/06/2021)
Mt. 5,33-37

(Tussen 7 en 24 juni hebben we een continue lezing van de Bergrede. Meer dan de moeite waard om wat extra aandacht aan te besteden. In deze rubriek vind je zoals gewoonlijk een duiding bij het stukje lezing dat voorzien is voor deze dag. Ter oriëntering schreven we er ook een inleiding bij over het geheel. Die vind je onder deze link.) 

“Opnieuw, je hebt gehoord dat er gezegd is tot die van het begin: Je zult je eed niet breken, maar voor de Heer gedane beloften nakomen. [Deut.23,22]
Ik echter zeg jullie: Zweer helemaal niet! Noch bij de hemelen, want dat is de troon van God; noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank; noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning; noch bij je eigen hoofd, want je kunt niet één haar wit of zwart maken.
Daarentegen moet jullie woord zijn: ja is ja, en nee is nee; en al wat daar bij komt is uit den boze!”

Een eed afleggen en zweren zijn naar mijn aanvoelen toch wel vreemde gebruiken. Hebben we dan een eed nodig om anderen ervan te overtuigen dat we de waarheid spreken? Wil dat zeggen dat we zonder eed gewoon een loopje kunnen nemen met de waarheid?
Voor Jezus is het duidelijk: “Zweer helemaal niet!”
Al die eden en dat zweren is er maar om anderen (en waarschijnlijk ook jezelf) ervan te overtuigen dat je goed bezig bent en de juiste (?) dingen doet en zegt. Verschuil je echter niet achter vanalles en nog wat, je doet er G-d onrecht mee.
Wees ‘gewoon’ transparant in woord en daad, dan heb je niets of niemand nodig om je achter te verschuilen. Wees oprecht, dan kan je gewoon ‘zijn’ en kan en mag iedereen door je heen zien en jou in al je kwetsbaarheid ontmoeten. Het is nl. die kwetsbaarheid die openheid en ruimte creëert in jou zodat de a/Ander aanwezig kan komen en je graag zal zien (ook al het gekwetste).
Laat dus je ja, ja zijn en je nee, nee. Leef in de Waarheid zoals Jezus dat deed. Hij leefde in G-d en werd zo zelf Waarheid.